Zoeken
  • Niraï Melis - Kinderfluisteraar

‘Mam, hier lig ik begraven’


Dat mijn zoontje zijn vorige leven nog herinnert, is altijd heel duidelijk geweest. In de eerste jaren van zijn leven vertelt hij vaak kleine details over zijn vorige vader, zijn boerderij of over de programma’s die hij keek op televisie. De verhalen komen ad random naar boven, zoals een clown die af en toe uit zijn doosje schiet. Namen kan hij niet herinneren, maar wel die ene keer dat hij naar de koeien ging. Of een detail uit een gesprek of t.v. programma. Ook heeft hij ons vertelt over de ‘geestenschool’ waar hij ingewikkelde natuurkundige dingen heeft geleerd die hij in dit leven nodig heeft.

Het is voor ons opvallend dat hij het in deze tijd vaak over de dood heeft. Hij vertelt bijna dagelijks dat hij graag weer een baby wil worden, hij wil niet 'groter' worden. Hij had ook nog andere dingen. Hij heeft van jongs af aan een fascinatie voor vechten, vliegtuigen en geweren. Als baby al had hij een haat-liefde verhouding met sterren. En bij ieder buikpijntje raakt hij in paniek.

Pas bij het bezoek aan Normandië komen de echte verhalen naar boven. Tijdens een bezoek aan een museum, wil hij alle foto’s zien en vertelt mij welke kleur parachute is bestemd voor communicatiemiddelen. Hij bekijkt alle foto’s en laat weten ‘dat we er niet op staan’. Hij rent door het museum en houdt stil bij een vliegtuig. In het vliegtuig zit een militaire ‘pop’ om te laten zien hoe de militairen in het vliegtuig zaten. ‘Mam’, zegt mijn zoontje geschokt:’ maar één iemand heeft het overleefd.’

Bij het Normandy American Cementery and Memorial vertelt hij verder. Hij loopt naar het graf van zijn maat, die hem uit het water hielp toen zijn vliegtuig ‘gewond’ was geraakt. Hij vertelt over zijn ‘baas’ waar hij goed bevriend mee was. Er komen verhalen voorbij over zijn trainingstijd en ik zie de liefde voor de jongens in zijn ogen, net als het intense verdriet van hun gemis. Hij rouwt. Hij kruipt tegen de zerken aan om nog wat liefde te geven aan zijn maten en om afscheid te nemen. Hij vertelt over de kogels die in zijn buik kwamen en hoe zijn vrienden nog geprobeerd hebben om hem te redden. Maar het was te laat. Hij vertelt hoe ze als geesten verder vochten, maar dat dat niet ging, omdat ze niets vast konden houden. Toen waren ze maar gestopt met oorlog voeren. Het duurde lang, vond hij, voordat hij weer geboren werd. Hij loopt naar een andere zerk toe. 'Mam', zegt hij, 'hier lig ik begraven.'

Tussen de verhalen door komt ook zijn schuldgevoel. ‘Het was mijn taak om het vliegtuig veilig te laten landen, door mij is iedereen dood.’ Ik besef me dat dat de reden is dat hij thuis geen enkel initiatief neemt en ook geen simpele taken op zich durft te nemen. Als ik hem vraag om iets te pakken, een tekening te maken of zich aan te kleden raakt hij in paniek. Hij is nog steeds bang dat hij zal falen en ons daarmee de dood in jaagt. Hij heeft nooit de kans gehad om te beseffen dat hij er weinig aan kon doen en dat het ‘bad luck’ was.

Gaandeweg ontvouwd het verhaal zich, hij is aan het loslaten. Hij rouwt, heeft intens verdriet, voelt zich eenzaam, schuldig en bang. Maar tussen al deze emoties ontstaat ook iets moois. Hij laat los en krijgt de kans om een nieuwe start te maken. Zijn schuldgevoel maakt plaats voor trots als ik hem laat zien dat zijn graf goed verzorgd is. Ik wijs hem op de mensen die hem dankbaar zijn dat hij zijn leven heeft gegeven. Zonder hem was er nog oorlog geweest. We zijn hem heel dankbaar en trots op hem. Na 1,5 uur gaan we weg. Hij is veranderd. Hij wil eindelijk dit leven leven.


117 keer bekeken